Elk huis in Nederland kan morgen praten
De pitch van 1 november als reis van twee jaar · regievoorstel, 18 september 2026
Jouw kader: we zetten de visie van twee jaar neer, we vragen een forse investering en we gaan direct groot de markt op. Wat technisch echt werkt mag kleiner zijn, maar de zaal moet het gevoel echt meekrijgen. Die groep heet hier "de zaal": de mensen die mee gaan bouwen en financieren.
Het idee in vijf zinnen
Wij beginnen niet in één wijk, wij beginnen bij elk huis dat al een verhaal heeft, en dat zijn ze allemaal: het huis brengt zijn helft mee uit de openbare registers, dus vanaf dag één kan elk adres in Nederland praten. De zaal hoeft dat niet te geloven, want ze maken het zelf mee: in de eerste minuut typt iedereen zijn eigen adres en hoort zijn eigen huis. Daarna vertellen we twee jaar in vier minuten, langs Sanne, Tom en Wieke: van het huis dat praat, via de wijk en het web, naar de markt zonder etalage. Wat op het podium echt draait is klein en waar; wat groot is, staat op drie platen en in de reis. En iedereen gaat naar huis met één vel papier waarop zijn eigen huis iets over zichzelf zegt.
1 · Het gevoel in de zaal
Drie dingen die de zaal niet ziet maar meemaakt.
Typ je adres. De eerste minuut is niet van Sanne maar van de zaal. Het scherm zegt: "Elk huis heeft een verhaal. Typ je adres." Iedereen pakt zijn telefoon. Carmen bevestigt, doet een stap opzij, en elk huis in de zaal stelt zich voor: zijn bouwjaar, zijn maat, zijn label, uit de registers. Dan één zin van Carmen over zijn straat. Dit is het bewijs van "direct groot de markt op" zonder dat iemand het hoeft uit te leggen: het werkt vandaag voor elk adres in Nederland, want de stenen staan al geregistreerd. Technisch is het de eerste minuut uit het concept, en niets meer. Wat het gevoel doet: een zaal vol mensen die net door hun eigen huis zijn aangesproken luistert anders naar de rest.
Het vel in de hand. Wie aan het eind naar huis gaat, krijgt een passe-partout van papier met één waar feit over zijn huis en één over zijn straat, met bron en datum, en de zin "Dan laat ik jullie even alleen." Papier is het enige in deze pitch dat niet te wissen is, en juist daarom bewaren mensen het. Dit vraagt de adressen van de gasten een week vooraf; dat is jouw keuze.
Het getal dat leeft. Tijdens de pitch zet Tom een ♥ op het huis van Sanne, en op haar telefoon, gespiegeld op het grote scherm, wordt twaalf dertien. Geen animatie, een echte fan. "Iemand droomt van jouw huis" gebeurt in de zaal, niet op een dia.
2 · De reis van twee jaar
Dit is wat we neerzetten. Groot, in vier hoofdstukken, verteld als wat er met Sanne, Tom en Wieke gebeurt.
Dag één: elk huis praat. De landing vraagt "Waar woon je, of waar droom je van?" en beide antwoorden zijn goed. Elk huis in Nederland kan zich voorstellen uit de open registers. Carmen vertelt over elke stad met wat openbaar is: gebouwen, straatnamen, monumenten, weer, archief. De fans-loop draait: een ♥ is anoniem, de eigenaar ziet alleen een getal, en een fan wordt pas een mens als hij zichzelf meldt. Mi Data staat vanaf de eerste dag: jij ziet wat wij van je weten, in je eigen zinnen, met "dat klopt niet" eronder. Landelijk, want het huis brengt zijn helft mee en Carmen heeft geen wijk nodig om te beginnen.
Maand drie: de wijk praat. Carmens verhalen krijgen bron en peildatum per straat, stad voor stad, te beginnen waar de meeste huizen al meedoen. Het ritme komt erin: "Carmen heeft iets voor je", elke week op dezelfde dag; het dagboek van je huis; de eerste nachtvorst. Het strookje "opgeschreven, 3 maart" verschijnt na een verhaal, en uit strookjes groeit het woonverhaal.
Jaar één: het web. Elke relatie is een zin met een sinds, een bron en een temperatuur. Vormen in plaats van hokjes. De helpende hand als pad door het web, met "waarom zie ik dit" als de route hardop. Partners komen erbij op de enige manier die wij toestaan: één vrijgegeven zin, een vast bedrag per introductie, en het adres pas na een antwoord dat bevalt. Inkoop per straat: acht daken, één steiger. Het eerste jaarblad. En het huis dat zijn volgende bewoner zoekt op rijm: "Ik heb ochtendlicht."
Jaar twee: de markt zonder etalage. In straten waar de helft meedoet wordt er van elkaars huis gedroomd zonder dat er ooit een bord in de tuin staat. Het weerbericht van behoeften voor gemeenten, corporaties en vakmensen: waar de lege kamer opkomt, jaren voor er iets te koop staat, nooit kleiner dan een straat, nooit een mens. De brief aan de volgende bewoner. Het sterrenbeeld in de brievenbus. En één keer per jaar, op de verjaardag van je huis, belt Carmen.
Het verhaal erachter, in één zin voor het podium: anderen kennen de dingen, wij kennen wat ertussen zit. En de zin waarom het groot mag: wij bereiken de mensen die niets willen, en dat is bijna iedereen; een etalage kan dat niet zonder zichzelf te ondermijnen.
3 · Wat op 1 november echt werkt
Klein, en waar. Alles wat de demo toont, werkt echt.
- De eerste minuut voor elk adres in Nederland: landing, bevestiging, de wissel, het huis dat zich voorstelt uit de registers, één zin van Carmen over de straat, de terugwissel. Tekst, met een gescript pad voor de pitch en een model erachter voor de zaal.
- Scène twee en drie als gesprek: Carmen in de wijk voor Tom, drie straten op rijm; het huis in de kamer voor Sanne: "Er is iemand bij gekomen."
- Het strookje en het woonverhaal met de drie woorden eronder: dat klopt, dat klopt niet, dat was vroeger zo. Dit is Mi Data zoals de zaal het moet voelen.
- Eén helpende hand: één pad, met "waarom zie ik dit" als zin.
Alles daarbuiten is visie en staat op het podium als drie platen: één web, hetzelfde web tussen duizend andere met één oplichtende vorm, en hetzelfde web na één dag, één jaar en vijf jaar. Plus Wiekes web als kaart, en de conceptpagina als wat de zaal na afloop meekrijgt.
4 · De vier minuten
| Tijd | Wie | Wat er gebeurt | Wat de zaal voelt |
|---|---|---|---|
| 0:00 | de zaal | "Elk huis heeft een verhaal. Typ je adres." Ieders huis stelt zich voor. | dit gaat over mij |
| 1:15 | Sanne | Haar huis, de wissel uitgelegd in één zin van E, de kamer: twaalf wordt dertien. | iemand droomt van jouw huis |
| 2:15 | Tom | De wijk, "die zwijgen tegen vreemden", drie straten op rijm, het ♥. | zo zoek je zonder te zoeken |
| 3:00 | E | De minuut over wat ertussen zit, zonder het woord data. Drie platen. | dit is het bedrijf |
| 3:45 | E | De reis van twee jaar op één plaat. Wat we vragen. Wat de zaal krijgt. | ik wil hierbij horen |
Daarna de vragen, en het vel papier bij de deur.
5 · Wat ik nu ga doen
Ik neem jouw kader als het startsein om te bouwen, klein en echt. Deze week: het pitchscript als gesprek in het storyboard-model, en de eerste minuut op de demo, voor elk adres. Volgende week scène twee en drie, en rond 1 oktober vijf mensen die een kwartier met hun huis praten. Daarna het strookje en het woonverhaal, en de platen. Vanaf 24 oktober bevriezen we.
Van jou heb ik vier dingen nodig, op hun eigen moment: de gastenlijst met adressen als je het vel in de hand wilt; een sleutel voor het model op de demo-server, in week twee; een besluit over Sannes adres, want het huis spreekt uit de registers en die zeggen iets anders dan het verhaal; en vijf mensen rond 1 oktober.