De spreektekst

Mi casa su casa · zaterdag 26 september en 1 november 2026 · versie 1, 22 september 2026

Dit is alleen wat jij zegt. De regels van Carmen en het huis staan in het script; de bediening in de regiekaart. Hier staat de tekst zoals je hem uitspreekt, groot genoeg voor een telefoon in de hand, met tussen haken wat er op dat moment op het scherm gebeurt. Vier minuten en tweeëntwintig seconden; jouw eigen woorden nemen daarvan ruim twee minuten.

Versie 1 is mijn voorstel in jouw stem, gebouwd uit script v2 en uit wat je in de afgelopen weken zelf zei. Lees hem donderdag één keer hardop; wat niet als jou klinkt, streep je door en schrijf je erboven. Dan wordt dat de bron.


Vooraf, in één adem

Drie dingen die je niet zegt, wat er ook gebeurt: nooit "investeerders" (het is de zaal, of u), nooit een waarde of prijs van een huis, en in de minuut over het bedrijf nooit het woord "data". Dat laatste is geen verbod, het is de truc: de zaal begrijpt waar het over gaat zonder dat het woord valt.

Eén ding dat je wel zegt, en dat nergens in de tekst staat: het bedrag van de vraag. Daar is geen bron voor in de feitenlijst, dus noem je het zelf, in scène 5, na "wij vragen u om mee te bouwen".


0:00 · De zaalminuut

(Donker. Op het scherm één regel: "Elk huis heeft een verhaal. Typ je adres." De QR staat ernaast.)

Pak uw telefoon. Geen account, geen formulier. Dit duurt één minuut.

(Wacht. Carmen praat op de telefoons over de singel en vraagt waar ze wonen. De zaal typt. Op elke telefoon komt het eigen huis aan het woord: bouwjaar, meters, label. Op sommige telefoons ontbreekt het label. Pas als je op een paar gezichten ziet dat het huis gesproken heeft, ga je verder.)

Niet elk huis heeft een label. Van de ruim acht miljoen woningen in Nederland hebben er ruim vijf miljoen er een.

Wie daar niets ziet staan, ziet dat wij niets verzinnen. Dit werkt vandaag, voor elk adres in Nederland.

Cijfers: 8 miljoen [[F-MKT-004]], 5 miljoen [[F-HBH-012]]. Dit zijn de enige twee getallen die je in de eerste minuut noemt.


1:10 · Scène 1 · De deur

(Tab 2, de zaalstand. Je typt "Wilhelminapark 25", Enter. Carmen vraagt of dat het is. Je typt "ja".)

Dit is Sanne. Eén huis, langzaam.

(Carmen stapt opzij. Eén tel niets. Dan spreekt het huis: 1910, 145 vierkante meter, label C, "een huis kent zijn eigen maten niet", en dan één zin die het zelf uit de registers haalde: gemeentelijk monument, nummer 3440698. Dat is waar, en het staat er sinds vannacht. Laat het uitpraten. Pas daarna:)

Onze verteller stapte opzij, omdat dit huis niet van haar is.

(Het huis roept Carmen terug. Carmen zegt één zin over het Wilhelminapark, met bron en datum in de onderrand. Dit hele blok duurt ruim veertig seconden en het huis bepaalt het tempo. Praat er niet doorheen. Kijk naar de zaal, niet naar het scherm; de zin over de verteller landt alleen als je niet wijst.)


1:56 · Scène 2 · De kamer

(Tab 2 blijft staan. Je pakt je eigen telefoon, ingelogd als Sanne, en opent Fans. Het huis zegt dat er twaalf mensen van hem dromen.)

Sanne wil niets. Ze staat niet te koop. En toch is er één scherm waar ze naar terugkomt.

(Houd de telefoon even omhoog, of zeg het getal hardop: twaalf.)

Ze ziet niet wie. Dat is geen beperking die wij eromheen hebben gebouwd. Dat ís de functie.

Houd dat getal even vast.

(Leg je telefoon met het scherm naar boven neer, of geef hem aan iemand op de eerste rij. Hij moet in beeld blijven tot het einde van scène 3.)


2:12 · Scène 3 · De wijk en het ♥

(De tweede telefoon, ingelogd als Tom. Je typt "iets in Wilhelminapark". Carmen antwoordt dat huizen die nog niet van jou zijn zwijgen tegen vreemden, en neemt je mee de straat op.)

Dit is Tom.

(Je tikt de chip met Toms wens: 's ochtends met de deur open koffie, en een plek voor zijn moeder. Carmen noemt drie straten en zegt erbij welke níet rijmt. Dan de galerij, straat na straat. Je scrolt naar nummer 25 en tikt het ♥.)

(Zeg niets. Op jouw eigen telefoon, die nog steeds in beeld ligt, schuift twaalf naar dertien. Het huis zegt: "Er is iemand bij gekomen. Dat zijn er nu dertien." Sanne vraagt wie. Het huis: "Dat weet ik niet, en ik zou het niet willen weten. Ik weet wel wat er aan mij rijmde. Ik heb ochtendlicht.")

(Dit is het enige moment van de vier minuten waarop er niets gezegd hoeft te worden. Laat het staan. Tel tot drie voordat je de schermen uitzet.)


3:07 · Scène 4 · Wat ertussen zit

(De schermen gaan uit. Dia 3: één web. Terwijl je spreekt lichten de lijnen één voor één op.)

U heeft net drie dingen gezien die los van elkaar niets betekenen. Een adres. Een bouwjaar. Een vrouw die een stap opzij deed.

Wij bewaren ze niet als drie dingen. Wij bewaren wat ertussen zit. Dat zij hier woont, en waarom ze dit huis ooit koos. Dat haar achterkamer onder een plat dak op het zuiden ligt. En dat ze zich daar twee zomers aan ergerde.

(Dia 4: hetzelfde web tussen duizend andere. Eén kleine driehoek licht op en blijft branden.)

Ieder mens heeft zo'n web, en geen twee zijn hetzelfde. Wij zetten niemand in een hokje. Maar in duizend van die webben keren kleine vormen terug. Een trap. Een knie.

(Dit is "wij": de enige plek in deze scène waar het over geld gaat. Iets langzamer.)

Wij verkopen nooit een adres, en nooit een lijst met mensen. Een vakmens krijgt één vrijgegeven zin, en betaalt een vast bedrag per introductie.

(Het strookje schuift het scherm in. Het huis zegt: "Dat schrijf ik op. Ik vergeet het anders." Eronder drie woorden: dat klopt, dat klopt niet, dat was vroeger zo. Eén tel stilte.)

(Dia 5: hetzelfde web op dag één, na één jaar, na vijf jaar.)

Anderen kennen de dingen. Wij kennen wat ertussen zit. Daar zit dit bedrijf.

In deze scène geen enkel cijfer, en het woord "data" niet één keer.


3:52 · Scène 5 · De reis van twee jaar

(Dia 6: de reis op één plaat, vier hoofdstukken onder elkaar.)

Dag één: elk huis praat. Maand drie: de wijk. Jaar één: het web. Jaar twee: er wordt van elkaars huis gedroomd zonder dat er ooit een bord in de tuin staat.

("Wij", over de markt. Geen dia bij het getal; het staat er niet, het wordt gezegd.)

Er staan ruim vier komma zeven miljoen eigenaar-bewoonde woningen in Nederland. Ongeveer vijf procent daarvan wisselt per jaar van eigenaar.

Wij beginnen bij de vijfennegentig die niets willen. En wij vragen u om mee te bouwen.

(Hier noem je het bedrag, in je eigen woorden. Daarna dia 7: het vel papier.)

Bij de deur ligt voor u één vel papier. Eén waar feit over uw huis, één over uw straat, met bron en datum.

(Carmen, op het scherm: "Dan laat ik jullie even alleen." Het scherm gaat uit. Alleen het papier blijft over. Je zegt niets meer.)

Cijfers: 4,7 miljoen [[F-MKT-003]], vijf procent [[F-MKT-007]].


Zaterdag 26 september

Dezelfde tekst, met drie verschillen. Het vel papier is er zaterdag alleen als er vóór donderdag een gastenlijst is; is die er niet, dan vervalt de voorlaatste regel en eindig je op "mee te bouwen" en het bedrag. Het strookje staat sinds de nacht van 22 op 23 september op de demo (Fans: het huis stelt één kleine vraag en schrijft het antwoord op); in scène 4 blijft dia 3 staan terwijl je de zin over het opschrijven zelf zegt: "En als het huis iets van je hoort, schrijft het dat op. Met drie woorden eronder: dat klopt, dat klopt niet, dat was vroeger zo." Wie het na afloop wil zien, ziet het live op je telefoon. De vragen na afloop: claim en woonverificatie, Premium en Mi Data zijn er, maar staan niet op het podium. De zin die je daar paraat hebt: "Wij bewaren nooit wáár je bent. Alleen of het klopte, en wanneer."


Wat ik hoorde in jouw stem, en waarom het zo staat

Je zei "laten we groot denken" en "de zaal moet het gevoel echt meekrijgen". Daarom is de tekst kort en zijn de stiltes lang: het gevoel komt van de telefoons, niet van jou. Je zei dat de pitchgroep nergens investeerders heet; daarom is het overal "u" en "de zaal". Je zei "creatief eerst, juristen later"; daarom staat de tweejaarsvisie er als belofte, en de bouw ernaast als bewijs dat het vandaag al werkt. De zinnen van "wij" gaan alleen over geld en afspraken, drie keer in totaal, en nergens anders. Alles wat een getal is draagt een code uit de feitenlijst; alles wat een verhaal is (de achterkamer, de twee zomers, de drie straten) is voorbeeldtekst en wordt ook zo gezegd.

Bron van de woorden: conversational/SCRIPT.md (v2) en server/data/gesprek/pitch.json. Wie hier iets verandert, verandert het daar ook.